De vakgroep melkveehouderij van LTO Nederland en de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO) willen de uitstoot van broeikasgassen in de zuivelketen de komende jaren fors verminderen. Zij hebben daarvoor een plan opgesteld dat nauw aansluit bij de al bestaande initiatieven van de zuivelketen om te verduurzamen.

Melkveehouders en zuivelondernemingen werken op eigen initiatief al jaren samen aan de reductie van broeikasgassen. Dat gebeurt onder meer door efficiënter om te springen met hulpbronnen als mineralen en energie en door duurzame energie op te wekken via zonnepanelen, windmolens en mestvergistingsinstallaties. Aan de landbouwtafel van de vandaag gepresenteerde “Hoofdlijnen voor het Klimaatakkoord” hebben LTO melkveehouderij en NZO hun plan “Klimaatverantwoorde zuivelsector in Nederland” ingebracht. Daarmee leveren zij een concrete bijdrage aan vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland.

 

2,6 megaton reductie

LTO melkveehouderij en NZO beogen met het plan een reductie van in totaal 2,6 megaton CO2-equivalenten aan broeikasgassen in 2030. Daarvoor neemt de sector tal van maatregelen die te maken hebben met het dier, diervoeding, mestopslag en bemesting. Deze leiden tot een reductie van methaan gelijk aan 0,8 megaton CO2. Met energiebesparende maatregelen, de productie van duurzame energie en maatregelen op gebied van bodem en gewas wordt de uitstoot verminderd van nog eens 0,8 megaton aan CO2-equivalenten.

Daarnaast voorziet het plan in de reductie van broeikasgassen in het buitenland. Uitvoering van het onlangs uitgebrachte advies van de Commissie Grondgebondenheid leidt er toe dat de melkveehouders meer eiwitrijke gewassen op eigen grond gaan telen. De import van soja en palmpitten zal daardoor de komende jaren fors afnemen. Dat levert in potentie 1,0 megaton aan besparing op.

 

Technische maatregelen

Het vakmanschap van de melkveehouder staat in het plan centraal. Afhankelijk van het bedrijf en de bedrijfsvoering bepaalt hij zelf welke technische maatregelen hij neemt om reductie te realiseren; zonder zijn veestapel te moeten verkleinen. Krimp van de veestapel in Nederland zou leiden tot aanwas van vee in het buitenland, waardoor de hier gerealiseerde reductie van broeikasgassen weer teniet wordt gedaan. LTO melkveehouderij en NZO onderschrijven dan ook de conclusie die het Planbureau voor de Leefomgeving eerder dit jaar trok op dit punt.

Bij de totstandkoming van het plan hebben LTO melkveehouderij en NZO zoveel mogelijk rekening gehouden met andere duurzaamheidsthema’s die de sector en de maatschappij belangrijk vinden, zoals het grondgebonden karakter van de melkveehouderij, weidegang en het behoud van biodiversiteit. Het plan gaat bovendien uit van een economisch gezonde sector die voldoende inkomen genereert voor melkveehouders, zodat zij in staat zijn stappen te zetten die leiden tot minder uitstoot van broeikasgassen op hun bedrijf.

De overheid wordt gevraagd het plan van de zuivelsector te ondersteunen, onder meer met financiële- , fiscale- en investeringsregelingen voor melkveehouders. Verder dient een meerjarige innovatieagenda opgesteld te worden. Zelf zullen LTO melkveehouderij en NZO investeren in programma’s en instrumenten om melkveehouders te helpen de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Zo heeft elke melkveehouder begin dit jaar al de beschikking gekregen over de broeikasgasmodule, een instrument waarmee hij de voortgang van de reductie op zijn bedrijf kan monitoren.

LTO melkveehouderij en NZO nemen met dit plan hun verantwoordelijkheid. Zij rekenen er op dat de sectoren aan de andere tafels van het klimaatoverleg eveneens hun verantwoordelijkheid nemen, door ook een concrete bijdrage te leveren aan de nationale klimaatopgave.

 

TERUG NAAR OVERZICHT