Duurzaam rendement voor veehouders

De doelen van de Duurzame Zuivelketen zijn haalbaar mits melkveehouders de middelen hebben om ze te realiseren. Er moet dus een verdienmodel achter staan.

Dat kan een hogere opbrengst zijn, en/of lagere kosten en/of meer ontwikkelruimte. Denk bijvoorbeeld aan het belonen op biodiversiteit via de Biodiversiteitsmonitor door meerdere partijen. Een langere levensduur van de koeien of minder verlies van mineralen aan bodem of lucht kunnen de melkveehouder een besparing opleveren. Ontwikkelruimte kan bijvoorbeeld vormgegeven worden door langere pachtcontracten bij duurzaamheidsprestaties.

Ketenpartners, stakeholders en overheden hebben hierbij de verantwoordelijkheid actief bij te dragen aan de ontwikkeling van verdienmodellen.

De Duurzame Zuivelketen staat voor het verder verduurzamen van de hele melkveehouderij. De verdienmodellen moeten daarom geschikt zijn voor grote groepen melkveehouders en niet beperkt blijven tot melkveebedrijven die nichemarkten bedienen.

Doelen 2030

In beeld brengen mogelijke verdienmodellen voor melkveehouders bij duurzaamheidsprestaties door middel van:

  • Hogere opbrengsten en/of
  • Lagere kosten en/of
  • Meer ontwikkel cq. gebruiksruimte

Resultaat

N.B. Resultaten ten opzichte van sectordoelen 2030 zijn nog niet beschikbaar.

Werkwijze

  • De verschillende verdienmodellen (hogere opbrengst, lagere kosten en/of meer ontwikkelruimte) worden nader geconcretiseerd en gekwantificeerd. De bevindingen van de door de Minister van LNV opgerichte Task Force Verdienmodellen worden hierbij meegenomen.
  • Voor het realiseren van de doelen van de Duurzame Zuivelketen hebben alle ketenpartners en stakeholders een verantwoordelijkheid. Al deze partijen dienen een bijdrage te leveren aan verdienmodellen.
  • Wat betreft klimaat is het verdienmodel voor melkveehouders bij klimaatprestaties uitgewerkt in het plan Klimaatverantwoorde zuivelsector in Nederland. In navolging hiervan wordt voor andere thema‚Äôs bekeken welke verdienmodellen er mogelijk zijn en welke partijen eraan kunnen bijdragen. Denk daarbij aan het belonen van inspanningen op het gebied van biodiversiteit via de Biodiversiteitsmonitor Melkveehouderij. Een ander voorbeeld is een langere levensduur of minder verlies van mineralen aan bodem of lucht: deze kunnen de melkveehouder een besparing opleveren. Ontwikkelruimte kan bijvoorbeeld vormgegeven worden in vergunningverlening bij duurzaamheidsprestaties.
  • In de PPS Duurzame Zuivelketen zal ook aandacht zijn voor verdienmodellen. De Duurzame Zuivelketen ontwikkelt geen marktconcepten op het gebied van duurzaamheid, dat is aan melkveehouders en zuivelondernemingen.